Wat ik leerde in mijn eerste jaar als ondernemer na 20 jaar in loondienst

Persoonlijk

Gepubliceerd op: 2026-07-08

Bob van Soest

Auteur: Bob van Soest

Waterverf schilderij van een zwembad in gouden ochtendlicht

De stap

December 2023. Ik zat in mijn kantoor bij Sportfondsen en keek naar het organisatieschema aan de muur. Twaalf jaar regiomanager, twintig jaar in de zwembranche. Van sportsinstructor op Center Parcs Heijderbos tot eindverantwoordelijk voor Sportiom in Den Bosch met 120 medewerkers en een omzet van €6,1 miljoen. Een carrière waar ik trots op ben.

En toch kriebelde er iets.

Niet omdat het werk niet leuk meer was. Maar om me heen digitaliseerde alles in hoog tempo. AI en automatisering waren ineens overal. En ik werkte in een branche die juist conservatief is. Die stilstaat. Dat maakte me ongeduldig. Soms ronduit gefrustreerd. Ik zag kansen die niemand oppakte, terwijl de technologie gewoon beschikbaar was.

Dus nam ik een besluit. Eind 2023 stopte ik bij Sportfondsen. Ik gaf mezelf negen maanden. Maar niet om te niksen. Ik dook in onderzoek. Keek elke YouTube-video die me meer kennis gaf over AI, automatisering en online platforms. En toen ging ik het gewoon zelf doen. Websites bouwen. Processen automatiseren. Niet omdat ik techneut ben, maar omdat ik wilde begrijpen wat er mogelijk was. In oktober 2024 begon ik officieel met Bobika.

Wat ik wel en niet kan

Laat ik eerlijk zijn: ik kan geen zwembad bouwen. Ik weet niet hoe een warmtepomp technisch werkt. De chemische samenstelling van chloor? Geen idee. Daar heb ik nooit mijn kracht van gemaakt.

Wat ik wel kan: begrijpen hoe een organisatie in elkaar zit. Weten welke cijfers ertoe doen. De juiste mensen om me heen verzamelen.

En dat begon al bij mijn eerste zwembad als manager. Zwembad de Hooghe Waerd in IJsselstein, 2007. Ik was bijna klaar met mijn studie aan de Erasmus Universiteit en had al managementervaring bij Fitness First en Arendse Health Club. Daar draaide alles om abonnementen binnenhalen en leden behouden. Sales en retentie, elke dag. Toen ik bij Sportfondsen aantrad ontdekte ik iets opvallends: er was geen salesafdeling. Geen enkele medewerker die actief bezig was met nieuwe bezoekers. Bij Fitness First was dat het kloppende hart van de organisatie. Hier was het afwezig.

Dus ging ik de wijk in. Ik tekende elke instelling binnen twee kilometer op een plattegrond. Schoolzwemmen regelde ik via de gymdocent. Een koffie-ochtend voor jonge moeders via de huisarts. Binnen een jaar 34% meer bezoekers. Geen euro aan marketingbudget, maar wel de marketingkennis die ik had opgebouwd bij Fitness First.

Dat is mijn aanpak. Niet de techniek snappen, maar begrijpen hoe je mensen bereikt en een organisatie in beweging krijgt.

De eerste platforms

Eind 2023 bouwde ik Zwembadvergelijker.nl. Niet omdat ik programmeur ben, maar omdat ik zag dat ouders geen idee hadden waar ze moesten beginnen met zwemles. Tientallen aanbieders, verschillende prijzen, wachtlijsten die nergens openbaar waren. Een doolhof. Ik vond developers die het technisch konden maken en zorgde zelf voor de structuur, de marketing en de data.

Daarna kwam Swimmigo, een app voor zweminstructeurs en ouders. Weer hetzelfde patroon: ik zag een probleem in de markt, vond de juiste mensen om het technisch op te lossen, en richtte me op wat ik wél kan.

En de Zwembadmonitor, een tool voor gemeentes en zwembadexploitanten om hun strategie te onderbouwen met echte data. Geen glossy adviesrapporten van dertig pagina's. Gewoon: hier zijn de cijfers, hier zie je hoe je het doet ten opzichte van vergelijkbare baden.

Drie platforms. Geen van alle gebouwd met mijn eigen technische kennis. Allemaal ontstaan vanuit twintig jaar weten hoe de branche werkt en een flinke dosis gezonde frustratie over hoe traag het allemaal ging.

Waterverf illustratie van data-analyse en AI-management

Wat de sportbranche kan leren

Ik zie veel managers in de sport- en leisurebranche die denken dat digitalisering iets is voor IT'ers. Dat AI een hype is waar je over vijf jaar wel naar kijkt. Dat snap ik. Zelf werkte ik vijftien jaar in een omgeving waar innovatie geen prioriteit had. Maar om me heen ging het steeds harder. En het contrast werd steeds groter.

Je hoeft geen techneut te zijn om iets met AI te doen. Je moet wél snappen wat je probleem is. En dat is precies waar managers goed in zijn: problemen zien.

Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk. Bij Sportiom in Den Bosch had ik 120 medewerkers. Roosters maken was een hoofdpijndossier. Iedere maand weer uren puzzelen, ziekmeldingen verwerken, voorkeuren respecteren. Had AI dat kunnen oplossen? Waarschijnlijk wel. Maar ik wist toen nog niet eens wat AI was. Nu zou ik het anders aanpakken: ik zou het probleem beschrijven aan iemand die wél verstand heeft van algoritmes, en samen zouden we een oplossing bouwen.

Dat is de les. Je hoeft het niet zelf te kunnen. Je moet alleen durven vragen. En je moet willen zien dat de wereld om je heen verandert, ook als je eigen branche dat niet doet.

Eerlijk over wat nog niet lukt

Niet alles wat ik probeer werkt. Een paar platforms zijn nog te klein om rendabel te zijn. De marketing kost meer tijd dan ik dacht. En eerlijk: ik mis soms de structuur van een grote organisatie. Bij Sportfondsen had ik collega's om mee te sparren, een hoofdkantoor met processen, mensen die dingen van je overnamen. Nu ben ik in mijn eentje verantwoordelijk voor alles. Dat went niet vanzelf.

Ook niet elk zwembadproject waar ik als manager verantwoordelijk voor was is gelukt. AquaAltena in Andel hebben we moeten teruggeven aan de gemeente. Exploitatie niet renderend. Dat doet pijn, maar het hoort erbij. Je leert meer van wat fout gaat dan van wat lukt. Als ik alleen de successen zou vertellen, zou het een slecht verhaal zijn. Onvolledig en onwaar.

Wat ik tegen mijn jongere zelf zou zeggen

Als ik de 28-jarige Bob die net manager werd in IJsselstein iets kon meegeven, zou het dit zijn: je hoeft niet alles zelf te kunnen. Je moet weten wat je niet weet, en daar de juiste mensen bij zoeken.

Dat klinkt simpel. Is het niet. Het vraagt om zelfkennis, en om het lef om toe te geven dat je iets niet snapt. In een managementcultuur waar iedereen doet alsof ze overal verstand van hebben, is dat moeilijker dan het lijkt.

Maar het is de enige manier waarop ik heb kunnen bouwen wat ik nu bouw. Ik snap marketing. Ik begrijp hoe een exploitatie in elkaar zit. Ik weet hoe je met gemeentes onderhandelt over aanbestedingen. En voor de rest heb ik mensen gevonden die er wél verstand van hebben.


Benieuwd wat ik voor jouw organisatie kan betekenen? Ik werk met zwembaden, sportbedrijven en gemeentes aan digitalisering en procesoptimalisatie. Geen dikke rapporten, maar praktische stappen. Plan een vrijblijvend gesprek.